Blog

Een schap vol ‘goede’ bacteriën.

13 september 2018 | Inssaf el Messaoudi

Tegenwoordig kijk je je ogen uit in het zuivel schap. Veel zuivelproducten hebben toegevoegde probiotica, je kan zelfs probiotica shotjes kopen voor je dagelijkse dosis aan goede bacteriën. In de media is het een veelbesproken onderwerp, want probiotica zouden onze weerstand verhogen, helpen bij darmklachten en bij klachten van een allergie. Nu is echter een onderzoek opgedoken in Tel Aviv waarin geclaimd wordt dat deze probiotica misschien niet zo goed zijn als we zouden denken.

In het onderzoek werd gekeken naar het effect van de consumptie van een probioticum na het innemen van antibiotica. Wat bleek, bij de groep die probiotica innam na een antibioticum werd gezien dat het proces van herstel van de darmflora vertraagd was. Daarnaast ontbreekt nog veel wetenschappelijk bewijs over het nut van probiotica.

Ook is bekend dat een deel van de probiotische bacteriën wordt vernietigd door de maagsappen. Hierdoor is voldoende dagelijkse inname op een nuchtere maag een van de voorwaarden om de positieve effecten hiervan te ervaren. Desondanks is de inname van probiotica hip en helemaal van deze tijd, dus in de schappen zal het voorlopig zeker te vinden blijven.

Benieuwd naar het artikel? Ga dan naar https://www.ncbi.nlm.nih.gov/m/pubmed/30193113/.


Wearable devices & machine learning

3 augustus 2018 | Marc Mazur

It feels exciting to be in the midst of a revolution within healthcare. Our current protocols are failing our patients, and as a result healthcare is costing society more than it should. With the rise of preventative care and vaccinations the western world saw a decline treatable infectious diseases and a new enemy emerged – non-communicable diseases. NCD’s … an enemy physicians are still unsure how to grapple with, but change is on the horizon. In medical school, our teachers make sure that we know which vaccinations are required by our respective governments to achieve herd immunity, but we do not receive education about proper nutrition, exercise and their relation to metabolic disease.

While it has been exciting to be involved in the education of diet and lifestyle in the medical curriculum, very often it can be utterly exhausting. Exhausting not only in its implementation (change takes time and a lot of energy) but also in the execution of that knowledge and its transfer to the patient. The amount of passion it takes to fight against the inertia of industrialized healthcare and promote a healthy lifestyle is immense but this is only because we, as healthcare professionals and as a society, are still in the uphill portion of this battle.

Currently, it is vital for the doctor to know much more about nutrition and lifestyle-- and to convey that knowledge to the patients who require it-- and to do all of this in a short appointment (usually 10 minutes). Soon much of this burden will be transferred to devices that some consumers already use daily. Wearable tracking devices are already capable of monitoring heart rates, sleeping patterns, exercise patterns and in some cases, even the electrical conductivity of the heart (ECG). Nutritional tracking (macros/micros/fiber) is also possible via our smart phones, although this is done less frequently since it has to be done manually. Some platforms already integrate these two useful tools in order to gain precious insight into the de facto lifestyle of our patients. Unfortunately, only a small fraction of healthcare physicians and dieticians currently use this information to give advice and implement change in patients’ lives.

This may seem inconsequential to some, but for me it resembles Marie Curie and co. experimenting with radiation to look inside the body for the first time. Physicians and patients are gaining concrete insight into their own lifestyles and also its effects. Moreover, the technology that is already in use has immense potential to be streamlined and become increasingly user friendly. It is likely that in the near future, patients will have a virtual physician’s assistant. This assistant (think Amazon’s Alexa or Apple’s Siri) will automatically track all dietary intakes, energy expenditures, trends, vitals, moods, filter important information as well as provide recommendations for a doctor’s appointment. An advantage of a system like this is that a virtual medical assistant carried around with a patient that can intervene directly, offer advice or critique, and even be tailored, via machine learning, specifically to a patient’s preferred motivational style.

Speculation is fun, and dabbling in the uncertainty of the future is a good distraction form the amount of effort we future doctors will be expected to shoulder in the near future. While my speculation is uncertain, one thing that is certain is that the status quo will drastically change, and that change is closer than you might expect. For a more sophisticated take on this topic, click here.


Leefstijl?

18 juli 2018 | Amber van der Zandt

‘Dus nu heeft ze me cholesterolverlagers voorgeschreven’, hoor ik Ton, vriend van de familie, zeggen na een bezoek aan zijn huisarts. ‘En hebben ze het ook met je over leefstijlfactoren gehad?’, vraag ik. Ton kijkt me ietwat glazig aan. ‘Leefstijl?’, zegt hij, terwijl hij een flinke toef slagroom op zijn toetje spuit. Een dagelijks gewoonte, want Ton houdt van toetjes met slagroom. Bijzonder. Niet dat Ton van toetjes houdt; ik houd ook van toetjes en met het hebben van een guilty pleasure is niet zoveel mis als ik de voedingsdeskundigen die ik het afgelopen jaar heb horen spreken, mag geloven. Als je daarnaast maar gezond eet. Maar waarom heeft de huisarts niet met Ton gesproken over het belang van een gezonde leefstijl? Dan was hij wellicht te weten gekomen dat Ton ook van leverworst op zijn brood houdt, ‘‘want vleeswaren, dus gezond’’, en dat één toetje er vaak twee worden. Ik kan het Ton niet kwalijk nemen; als artsen leefstijlfactoren niet als vanzelfsprekend betrekken bij verschillende aandoeningen in de spreekkamer en toekomstig artsen dit niet leren, kunnen we ook niet van patiënten verwachten dat ze precies weten wat het beste voor hen is.

Ik ben pas derdejaars student en heb nog niet zoveel kennis van de geneeskunde, maar dat leefstijl een belangrijke basis is voor de gezondheid, wordt me gaandeweg duidelijker. Ik begrijp dat de huisarts in het huidige zorgsysteem niet veel tijd heeft om de hele leefstijl van een patiënt door te nemen, maar misschien was het kort aanstippen hiervan genoeg geweest om een beetje bewustwording bij Ton te creëren.

Juist om bovenstaande ben ik verheugd te mogen schrijven dat het ook Student & Voeding Utrecht is gelukt deskundigen uit diverse aandachtsgebieden op het gebied van geneeskunde en voeding, bereid te vinden dit najaar te komen spreken op onze 10-weekse SELF-cursus, waarin we toekomstig artsen hopen te inspireren leefstijl als medicijn in te zetten. We hopen dat het net zo’n succes mag worden als de SELF-cursussen op de faculteiten die ons zijn voorgegaan. Hopelijk kan Ton dan in de toekomst na een bezoek aan zijn huisarts vertellen, dat zij het gesprek over leefstijl is aangegaan, in plaats van hem alleen de pillen voor te schrijven.

Ik kijk er naar uit en heb er vertrouwen in!

Oogkleppen

21 juni 2018 | Tess Oude Weernink

Het is maandagochtend 8:00 en ik zit fris en fruitig op mijn co-kruk naast de huisarts voor mijn eerste dag coschap. Vol goede moed om patiënten te helpen, met alle kennis en vaardigheden die ik de afgelopen jaren heb opgedaan.

Na een kort eerste consult is het tijd voor de tweede patiënt. Voor een opdracht neem ik alvast geslacht en leeftijd over uit het dossier en ik merk op dat deze patiënte even oud is als ik. De huisarts staat op om de patiënt te halen en als ze terugkomt merk ik dat ik schrik: mijn lichaam past bijna twee keer in het lichaam van dit meisje. Meteen schieten er allerlei gedachten door mijn hoofd over lezingen die ik in de afgelopen periode heb bijgewoond: ‘bijna de helft van de volwassen Nederlanders is te zwaar’, ‘in 2040 hebben ruim 9 miljoen Nederlanders overgewicht’, ‘overwicht verhoogt het risico op aandoeningen als diabetes type 2, hart- en vaatziekten, metabool syndroom, verschillende vormen van kanker en vruchtbaarheidsproblemen’ en ga zo maar door.

Ik betrap mezelf erop dat ik voordat ik dit meisje een woord heb horen zeggen, ik al ontelbaar veel oordelen over haar heb. Ik corrigeer mijn eigen gedachten en besluit eerst naar haar verhaal te luisteren. Het is niet de hoofdklacht waar ze voor komt, maar het meisje blijkt hart- en vaatziekten in de familie te hebben. De arts besluit daarom al snel dat het nodig is om een cardiovasculair risicoprofiel samen te stellen, waaruit natuurlijk de belangrijke vraag komt: ‘Wat is je gewicht?’.

Even blijft het stil. Je ziet haar denken… en net op het moment dat de huisarts wil voorstellen op de weegschaal te gaan staan, zegt ze: ‘De vorige keer dat ik heb gewogen was ik 95 kg’. Aan haar stem is te horen dat ze hoopt niet op die weegschaal te hoeven gaan staan. Voorzichtig vraagt de arts: ‘En hoe lang is dat geleden? Zullen we het voor de zekerheid even checken?’ Daar stemt ze mee in. Ze gaat staan op het gevreesde apparaat en bij het uitslaan van de wijzers springen de tranen in de ogen. Honderdtwintig kilo. Dat betekent een BMI van 39. Dat is niet zomaar overgewicht, dat zit tegen het randje van morbide obesitas.

We hadden waarschijnlijk nog uren kunnen praten met dit meisje om de onderliggende oorzaak van haar overgewicht te ontdekken, maar dat was op dit moment niet het belangrijkst. Het allerbelangrijkste is dat ze het probleem inzag. Een volgende afspraak om een plan te bespreken werd gemaakt en ik heb er veel vertrouwen in dat dit meisje daadwerkelijk haar gezondheid wil redden. Wel had ze daar duidelijk dat zetje in haar rug, of eigenlijk dat stapje op de weegschaal onder toeziend oog van een arts, voor nodig.

Lieve (toekomstig) artsen, als je een patiënt in je spreekkamer hebt waarbij duidelijk overgewicht speelt… zet ze alsjeblieft op een weegschaal! Ik begrijp dat het meestal niet de reden van consult is, maar realiseer je alsjeblieft hoeveel autoriteit je als arts uitstraalt: de patiënt luistert misschien niet naar een familielid of de zoveelste voedingsdeskundige op televisie, maar de oude vertrouwde geleerde huisarts zou zijn ‘machtspositie’ om de oogkleppen van zijn patiënt te verwijderen veel vaker moeten benutten.


Ode aan Ede

4 juni 2018 | Anouk Hagemeijer

Op 30 mei, in Zeist, vond het ‘Health, Food and Technology’ congres plaats. De organisatie had een zeer interessant en uiteenlopend programma samengesteld. We zijn onder andere toegesproken door Gerda Feunekes (Directeur Voedingscentrum Nederland), Norbert van den Hurk (Oprichter GezondDorp), Professor Harm Haak (Hoogleraar acute interne geneeskunde Maastricht) en Erik Scherder (Hoogleraar Klinische Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam).

Na de lunch stonden er nog een bootcamp en twee workshops op ons te wachten. Kortom een volle dag waarin we veel nieuwe dingen hebben mogen horen.

Wie dit keer het meeste indruk op mij heeft gemaakt was foodwethouder Leon Meijer van de gemeente Ede. Hij is de allereerste foodwethouder in Nederland. De gemeente Ede loopt voorop in het maken en uitvoeren van een lokaal voedselbeleid. De interventies die zij bedenken zijn wat mij betreft een voorbeeld voor de rest van gemeentes in Nederland.

De gemeente Ede richt zich op een aantal pijlers zoals, gezonde mensen, gezonde voedselomgeving, duurzame voedselproductie en korte ketens. Deze laatste houdt in dat de gemeente graag de producten van lokale boeren en tuinders in de supermarkt wil hebben liggen. Afzetmarkten dicht in de buurt stimuleert de duurzame voedselproductie.

Dit zijn mooie uitgangspunten waar veel toonaangevende ideeën uit zijn voorgekomen. Zo hebben ze onder andere bedacht dat de kinderen van basisscholen gaan koken voor ouderen. Vervolgens worden deze maaltijden gezamenlijk opgegeten in het buurthuis. Tevens moeten kinderen verplicht een jaar lang ‘moestuinen’ en jongeren zijn minder alcohol gaan drinken door effectieve coaching. Leon Meijer vertelt dat hij wedstrijden tussen straten organiseert om voedselverspilling tegen te gaan en gezonde voeding wordt als voorwaarde gesteld om meer subsidie te verkrijgen. Zo krijgt een sportkantine meer subsidie als ze minder lang het vet aan hebben staan en alcohol pas na 17:00 uur verkocht wordt. Scholen kunnen een ‘Gezonde School’ certificaat halen. Deze moeten hierbij aan bepaalde voorwaarden voldoen en de gemeente Ede faciliteert ze hierin. Om meer van hun projecten te kunnen zien, kun je terecht op deze webpagina.

Dit integrale voedselbeleid brengt ook zogenaamde ‘side-effects’ met zich mee. Een daarvan is integratie; Zo zijn onder andere Turkse vrouwen heel goed in tuinieren. Deze vrouwen zijn gevraagd om les te gaan geven aan kinderen op scholen in hoe die een moestuin moeten onderhouden. Op deze manier ontstaat er werkgelegenheid en kunnen ze mee gaan draaien in de maatschappij.

Ook op internationaal niveau wordt het werk van Leon Meijer gewaardeerd. De gemeente Ede won in Oktober 2017 een Food Award vanuit het Milan Urban Food Policy Pact (MUFPP). Een organisatie waarbij steden zich kunnen aansluiten die als doel hebben een duurzaam voedselsysteem op te zetten, wat gezond en betaalbaar voedsel voor hun inwoners oplevert. De jury was erg onder de indruk van de integrale aanpak van de gemeente Ede.

Een andere mooie ontwikkeling in Ede is het World Food Center welke in 2021 geopend zal worden. Hier zullen overheden, kennisinstellingen en allerlei andere betrokken partijen uit het bedrijfsleven samenkomen, om elkaar te inspireren en met elkaar kennis te creëren en te delen omtrent gezonde voeding.

Leon Meijer heeft al enige bergen verzet in Nederland en mag nog een jaar door als foodwethouder. Terecht, als je het mij vraagt. Eigenlijk zou elke gemeente een foodwethouder aan moeten stellen en deze zou direct even een kijkje in de keuken van Ede moeten nemen.

Rob Baan (Founder Koppert Cress) zegt dat IJsland hét voorbeeld geeft in hoe een land wel degelijk kan veranderen naar een gezondere samenleving. Hij heeft het vertrouwen dat Nederland hier ook naar toe kan werken. Zijn opmerkingen richting de overheid waren daarentegen niet mals er moet volgens hem een andere aanpak worden gehanteerd. Suikertaks, alcoholtaks, deze maatregelen lijken een positief effect te hebben, de heffing van de btw op groentes daarentegen níet.

Er is nog veel werk aan de winkel, maar tijdens dit congres kwamen mooie inspirerende voorbeelden voorbij. Een opmerking van een van de toeschouwers ‘Niet ***** maar poetsen’ is ietwat recht voor zijn raap maar wel de harde waarheid. We moeten net als wethouder Meijer en Rob Baan op gaan staan en aan de slag.


Het XXL Probleem

5 mei 2018 | Pauline Nettesheim

Op 8 maart op de kop van Zuid in Rotterdam kwamen voedingsexperts, artsen, inspanningsfysiologen, praktijkondersteuners, psychologen, diëtisten, de voedselindustrie en een vertegenwoordiger van het ministerie van Volkgezondheid bij elkaar voor het allereerste Nationaal Obesitas Symposium.

Uiteraard waren wij van Student&Voeding er ook bij! Voor mij een kwestie van 5 metrohaltes reizen naar het LantarenVenster theater, was voor onze collega’s uit Amsterdam een autorit van 1,5 uur...

Dat obesitas een groot maatschappelijk probleem is, is ons allen wel bekend. Het feit dat het symposium uitverkocht was, zegt ook al iets. Tijdens de SELF-cursus van Rotterdam kwam de kaart van Nederland met de cijfers van het aantal mensen met overgewicht en obesitas ruimschots tot in overvloed aan bod. Het probleem is complex en is derhalve het beste te benaderden vanuit meerdere invalshoeken. Daar was dit symposium een mooi voorbeeld van.

Gezond eten, stress beperking, beweging, psychologie en maatschappij kwamen allemaal als thema aan bod. Zelf vond ik het praatje van prof.dr. Anita Jansen – hoogleraar experimentele klinische psychologie, sectie eetstoornissen en obesitas bij de Universiteit Maastricht - erg leuk. In het introductiepraatje kaartte prof.dr. Liesbeth van Rossum al de rol van cognitieve therapie bij overgewicht aan en prof.dr. Jansen borduurde hierop voort met haar "Ruik-therapie" – zoals ik het heb onthouden. Zij lieten deelnemers aan bepaalde voeding ruiken (Marsmallows enzo) net zo lang totdat de drang om het te willen eten weer afnam. Net als je heel lang in de keuken staat om te koken. Door de heletijd in de geur te staan, heb je uiteindelijk helemaal geen honger meer! Bij veel mensen die kampen met overgewicht is de associatie tussen voedsel zien en het MOETEN opeten heel groot. De impulsbeheersing loopt net wat anders. Door deze associatie te laten uitdoven, door het eten te laten zien, te laten ruiken, maar niet te eten kun je mensen helpen om minder impulsief om te gaan met voeding. Het deed me erg denken aan exposure therapie bij een fobie. Een interessante benadering, want tot nu toe waren de tips meer op gericht om prikkels te vermijden, zoals: koop geen snoep of leg geen koekjes op tafel. Maar hierdoor leer je uiteindelijk niet omgaan met de prikkel.

Tussendoor was er een leuk intermezzo door danser Juvat Westendorp van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). Het lukte hem om de hele zaal, inclusief de professoren, te laten dansen op Bruno Mars en Big Shaq.

In de middag volgde het grote obesitas debat met o.a. de afgevaardigden van het Ministerie van Volksgezondheid, de directrice van Chocolade bij Nestlé Nederland, de verzekeraar Menzis en de zorgverleners. In mijn opinie een erg voorzichtig en veilig debat. Voordat het debat echt kon beginnen, was de tijd om en was het volgende thema aan de beurt. Desondanks een mooie eerste opstap om zoveel betrokkenen samen aan tafel te zien. Iedereen was het wel met elkaar eens dat het probleem groot is en dat we gezamelijk aan de slag moeten gaan.

Daarnaast was het vooral een leuke dag om weer eens medestudenten van de andere geneeskundefaculteiten te ontmoeten. Ook een moment om onze bondgenoten Jaap Seidell, Liesbeth van Rossum en, gericht op implementatie in het Erasmus MC, prof.dr. Verhoeven te laten zien dat wij van Student & Voeding de taak serieus nemen. Voeding & Leefstijl is geen eendagsvlieg!